
De rok als object. Voor de nieuwe modecollectie van Prada voor lente/zomer 2027 richten Miuccia Prada en Raf Simons zich op de analyse van dit ene, universele kledingstuk, met variaties in vele vormen.
Ontworpen voor vrijheid, tegelijk zelfstandig en afhankelijk van de kleding eromheen, is de rok een ware obsessie voor Prada. Het duidelijke, lineaire en modernistische grafische silhouet vormt het enige vaste uitgangspunt voor nieuwe ideeën. De collectie richt zich op de formele taal van deze specifieke rok: een onderzoek binnen strikte grenzen, als kader voor een creatie zonder beperkingen.


Doel en gebruik vormen bij Prada een eigen esthetische taal. Klittenband in contrasterende kleuren kan als basis dienen voor borduurwerk met kristallen, zonder zijn oorspronkelijke functie als sluiting te verliezen. Daardoor kunnen de rokken zich aanpassen, van vorm veranderen en een ander visueel effect krijgen wanneer de decoraties zichtbaar worden of juist verborgen blijven. Grote metalen drukknopen worden versierd met juwelen, terwijl het binnenste deel van crinoline een decoratieve laag of een beschermende laag wordt.


Materialen veranderen de waarneming direct en dagen een gevestigde formele taal uit. Industriële stoffen – matte ciré, Re-Nylon – worden op een onverwachte manier in plissé uitgevoerd, terwijl katoen zo wordt behandeld dat het op leer of suède lijkt. ‘Juwelenrokken’ bootsen kant van guipure met kristallen na, terwijl op katoen en synthetische stoffen eenvoudige, onschuldige bloemenprints verschijnen. Een geplooide rok strekt zich voorbij het lichaam uit; de losse stof wordt in de hand gehouden en geeft het gebaar een nieuwe vorm. De lagen roepen een dynamiek van onthulling op.

Ook onze kijk op een kledingstuk kan veranderen door het contrast dat het met andere kledingstukken vormt. Een rok kan een abstract element worden, een fragment van een geheel, en een veranderende relatie aangaan met de kleding waarmee hij wordt gecombineerd: een trui, een overhemd of een bra top kunnen verschillende lezingen van het geheel suggereren.

Hier ligt de intrinsieke schoonheid in het kijken naar wat vertrouwd is, in de vraag hoeveel vormen iets bekends kan aannemen en hoeveel verschillende mogelijkheden het in zich draagt.















